De Clearance to Calgary”. IFR-clearance is een ATC-goedkeuring.

De communicatie tussen de
piloot en de verkeersleiding vindt plaats volgens wettelijk bepaalde procedures.
Zo begint het al met een taakverdeling tussen de piloten. Een van de piloten
neemt de taak van ‘Pilot Flying’ op
zich, en de ander de taak van ‘Pilot Monitoring’.

Ø Pilot Flying (PF): De piloot houdt zich bezig met het besturen van het vliegtuig.

Ø Pilot Monitoring (PM): De piloot houdt zich bezig met het aanklikken van de juiste knoppen,
het uitvoeren van check-listen en de communicatie met de luchtverkeersleiding.

 

De communicatie

De communicatie tussen het
vliegtuig en de luchtverkeersleiding vindt plaats volgens vaste procedures.
Internationaal is afgesproken dat elk gesprek plaatsvindt in het Engels. De
verkeersleiding is opgedeeld in verschillende afdelingen:

·        
Clearance Delivery (CD)

·        
Ground (GND)

·        
Tower (TWR)

·        
Approach/Departure (APP)

·        
Center (CNT)

Elke afdeling wordt een
voor een gecontacteerd. Op het paneel naast de piloot bevindt zich een systeem,
waarmee via een bepaalde frequentie gecommuniceerd kan worden tussen de piloten
en de verkeersleiders. Elke afdeling beschikt over andere frequenties. Deze
frequentie kan beschouwd worden als een telefoonnummer. Een voorbeeld van een
frequentie is: 118.340. Een vlucht
begint dus bij CD.

Clearance Delivery                                                                           

 Een dialoog tussen de piloot en
verkeersleiding begint als volgt:

1.       De piloot contacteert de afdeling ‘Clearance Delivery’ en zegt iets dergelijks als: “Clearance Delivery, good morning. Air Canada 301 requesting IFR Clearance to Calgary”. IFR-clearance is een ATC-goedkeuring. Dit betekent een autorisatie door de verkeersleiding om botsingen tussen bekende vliegtuigen te voorkomen, zodat een vliegtuig onder gespecificeerde omstandigheden binnen het gecontroleerde luchtruim kan bewegen.

2.     
CD reageer
hierop als volgt: “Air Canada 301, Los
Angeles Clearance Delivery. You are cleared to the Calgary International
Airport (1) via the Gorman Four
Departure runway xx (2), Shafter
Transition, then as filed. Maintain 5000 (3),
Expect Flight Level Three Four Zero (4) –
five minutes after departure. Ground Frequency 124.30 (5),
Squawk 7201. (6)”

Al deze genummerde gegevens moet de piloot onthouden,
en terug zeggen. Dat houdt in dat de piloot exact herhaalt wat er zojuist
gezegd is, zodat de verkeersleider kan controleren of de piloot het juist
verstaan/begrepen heeft, en indien nodig, kan corrigeren. Een korte uitleg van
de gegevens:

(1) 
De verkeersleider keurt hiermee goed dat de vlucht
naar het desbetreffende vliegveld vertrekt.

(2) 
De verkeersleider vertelt welke baan actief is voor
stijgen/landen en welke route er gevlogen moet worden na het opstijgen. Niet
overal mag gevlogen worden. Pas vanaf een bepaalde hoogte (die echter snel
bereikt wordt), kan het vliegtuig haar route vervolgen.

(3) 
De maximale hoogte die het vliegtuig mag gaan vliegen,
tot nadere instructies worden gegeven. 5000 houdt in 5000 feet. Dit is ongeveer
1500m.

(4) 
FlightLevel 340 is de uiteindelijke hoogte die het
vliegtuig op deze route mag gaan vliegen, de zogeheten cruise altitude. FlightLevel 340 staat voor 34.000 feet.

(5) 
Dit is de afdeling die dadelijk gecontacteerd moet
worden. Voor het gemak geeft CD de frequentie alvast.

(6) Dit is een
transponder code. Een
luchtverkeersleider geeft dan een unieke viercijferige code aan
een vliegtuig, waardoor hij precies kan zien welk vliegtuig waar
vliegt.

Na het verkrijgen van alle belangrijke gegevens pushbackt het vliegtuig. In
feite wordt het naar achter gereden. Ook de motoren worden gestart als daar
door CD
toestemming voor is gegeven. Vervolgens wordt Ground gecontacteerd.

 

Ground

1.    De piloot
contacteert Ground: ”Ground, hello, Air Canada 301, we are ready
to taxi’.

2.    De afdeling
Ground reageert hierop als volgt: ”Air
Canada 301, hello, Ground. You are cleared to taxi (1). Taxi to runway xx (2)
via Alpha, Bravo, Charlie (3).

3.    De piloot
herhaalt dit weer.

4.    De
verkeersleiding kan hierop reageren: ”Readback
correct.”

Een uitleg van de gegevens:

(1) 
De verkeersleiding geeft toestemming om te gaan taxien
over het vliegveld.

(2) 
Er wordt nogmaals herhaald welke baan actief is. Het
vliegtuig taxiet hierheen.

(3) 
De route die het vliegtuig moet afleggen, om bij de
baan te komen. Deze taxiways staan aangegeven op kaarten die de piloot heeft. Hierbij
wordt gebruik gemaakt van het NAVO-alfabet. Dit is internationaal afgesproken.

Als de piloot de baan heeft bereikt, wacht hij aan de zijkant van de baan.
Het is nooit toegestaan om
zonder vooraf gegeven toestemming te runway te betreden. Bij de baan
aangekomen, wordt de piloot geinformeerd over de frequentie van Tower. Zodra
het vliegtuig bij de baan is, wordt Tower gecontacteerd.

 

Tower

1.    De piloot
contacteert Tower. Dit gaat alsvolgt: ”Tower,
Air Canada 301, waiting at runway xx”

2.    De toren
reageert hierop: ”Air Canada 301, hello,
line up and wait runway xx (1)” of
”Air Canada 301, hello, you are cleared
for take off runway xx (2). Wind is
270 degrees 05 knots (3). Have a
good flight”.

3.    De piloot
zegt dit bericht exact terug.

Een uitleg van de gegevens:

(1) 
De piloot mag de baan op taxien, maar mag nog niet
opstijgen. Er moet gewacht worden op nadere instructies.

(2) 
De piloot krijgt toestemming om van deze baan op te
stijgen.

(3) 
De verkeersleider meldt hoe de wind staat en hoe hard
de wind is, zodat de piloot daar rekening mee kan houden.

 

Approach/Departure

Na het opstijgen contacteert de piloot Approach/Departure.                                             Deze afdeling meldt steeds tot welke
hoogte het vliegtuig mag klimmen. Als het erg druk is, kan het zijn dat het
vliegtuig steeds maar met kleine stapjes mag klimmen. Anders mag het vaak
meteen door naar de cruise altitude.

 

Center

Hier worden alle vliegtuigen in de gaten gehouden
die op dat moment in de lucht zijn. Elk land beschikt over zijn eigen Center.
Als een vliegtuig de grens oversteekt, meldt de verkeersleider dat door middel
van een frequentie verandering. In elk gebied hebben andere verkeersleiders de
leiding, en dus moet er van frequentie veranderd worden.